De grootste gemiste kans op de arbeidsmarkt

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt zijn in ons land weinig mensen met een migratieachtergrond aan de slag . ‘Mensen met migratieroots negeren is niet alleen moreel verwerpelijk, maar in deze situatie ook gewoon dom.’

I mane* (30) werkt als kinderverzorgster in een Brusselse school. Ze groeide op in Amsterdam als dochter van twee Marokkaanse migranten. In 2015 verhuisde ze naar Molenbeek, maar ondanks een Nederlands diploma als kinderverzorgster duurde het nog een jaar voor ze aan de slag kon. ‘Ik had contact met de arbeidsbemiddelaars VDAB en Actiris en wilde mijn diploma laten erkennen, maar dat heeft een jaar geduurd. Nochtans is mijn Nederlands perfect en had ik al veel ervaring. Ik ben beginnen te solliciteren, maar kreeg geen kans’, zegt ze.

Mensen met een migratieachtergrond ondervinden meer moeite om aan werk te raken. Bij mensen met de Belgische nationaliteit is 79,20 % aan het werk of op zoek naar een job, blijkt uit cijfers van UGent@Work. In de groep mensen die in België wonen, maar niet de Belgische nationaliteit of die van een andere EU- lidstaat hebben, is dat 55,80 %. Die lagere activiteitsgraad is een gemiste kans, zeker gezien de krapte op de arbeidsmarkt.

Aparte cijfers over de activiteitsgraad van mensen met migratieroots die hier geboren zijn, zijn er niet. Een blik op de onderwijsstatistieken leert wel dat kinderen met een migratieachtergrond het vaker moeilijk hebben op school, waardoor hun kansen om door te stromen naar het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt lager liggen.

In Wallonië (48,70 % activiteit) en Brussel (56,90 %) verloopt de activering van mensen met een Belgische noch EU-nationaliteit moeilijker dan in Vlaanderen (58,9%). Maar ook Vlaanderen scoort slechter dan alle buurlanden. Hoe komt dat? En wat kan eraan gedaan worden?

Achtergrond van de nieuwkomers

Vergeleken met andere Europese landen kent België weinig arbeidsmigratie en telt het veel vluchtelingen en mensen die naar hier kwamen via gezinshereniging. ‘Wie komt om te werken, vertoont aanvankelijk een sterkere link met de arbeidsmarkt. Een oorlogsvluchteling heeft terecht andere prioriteiten, zoals waken over zijn gezondheid of een inburgeringscursus volgen’, zegt Dries Lens, die aan de UAntwerpen een doctoraat schreef over arbeidsmarktintegratie. Een verklaring is onze uitgebreide sociale zekerheid. ‘Een passief systeem trekt passievere stromen aan’, zegt arbeidseconoom Stijn Baert (UGent).

Diploma en taal

Dat we minder arbeidsmigranten aantrekken, maakt de mismatch met de arbeidsmarkt groter: mensen hebben vaak niet de juiste competenties of opleiding. Ook taal blijkt een drempel, zelfs voor de perfect Nederlandstalige Imane. ‘Bij één job bleek er vaak miscommunicatie te zijn, omdat Nederlanders zich toch directer uitdrukken. Werkgevers gaven me geen tijd me daaraan aan te passen. Voor andere jobs in Brussel was mijn Frans dan weer niet goed genoeg.’

Nog andere aspecten spelen een rol. Migranten hebben niet altijd de juiste de kennis over de werking van onze arbeidsmarkt, laat staan een professioneel netwerk. En dan is er nog een culturele reden, die voor zowel nieuwkomers als de generaties daarna kan spelen: de vrouw die thuisblijft bij de kinderen, terwijl de man het inkomen binnenbrengt. Amper vier op de tien vrouwen met een Belgische noch een EU-nationaliteit is actief, tegenover driekwart van de mannen.

Rol van de werkgever

Ook bij het beleid en de werkgevers zitten verklaringen voor de lage activiteitsgraad. Dat er volgens Baert geen aanwijzingen zijn voor meer discriminatie dan in het buitenland betekent niet dat er geen probleem is.

Baert deed onderzoeken met praktijktests: twee identieke cv’s insturen, de ene keer met een ‘Belgo-Belgische’ naam en de andere keer met een naam die wijst op migratieroots. ‘Telkens zie je dat die tweede groep minder uitgenodigd wordt voor een sollicitatiegesprek. Met een Marokkaanse of Turkse naam heb je dus duidelijk minder kans op een job’, zegt hij.

Baert pleit voor algemene praktijktests, maar eigenlijk zouden die niet nodig mogen zijn. ‘Mensen met migratieroots negeren is niet alleen moreel verwerpelijk, maar in deze situatie ook gewoon dom’, zegt hij. Die groep aanspreken vergt evenwel meer inspanningen van de werkgevers, zoals opleidingen op de werkvloer. ‘Ook een betere vacatureomschrijving is zinvol. We zien vaak taalvereisten in vacatures, terwijl die taal kennis niet nodig is’, zegt Sarah Vansteenkiste, onderzoekster bij het Steunpunt Werk.

Rol van de overheid

Mensen met een migratieachtergrond werken vaker in ‘onaantrekkelijke, laagbetaalde en tijdelijke jobs’, zegt Lens. ‘Die sneuvelen bij een recessie het eerst en die sectoren investeren weinig in opleidingen. Zelf opleidingen volgen is moeilijk, door slechte arbeidsuren en verre verplaatsingen. Het gevolg: beperkte doorgroei en veel uitval.’

In theorie zijn flexibele jobs een springplank naar duurzamere tewerkstelling. ‘We weten dat landen met een flexibele arbeidsmarkt en lage loonkosten meer kansen geven aan migranten om in te stromen. De opstapfunctie is erg belangrijk, zeker voor hoogopgeleide migranten’, zegt Lens.

Detachering

Terwijl mensen met een migratieachtergrond moeilijk aan de slag raken, blijken sommige sectoren op grote schaal gedetacheerde arbeidskrachten in te zetten. Dat wil zeggen dat een werkgever uit een andere EU-lidstaat werknemers tijdelijk naar België stuurt. Nochtans spreken ze de landstaal helemaal niet, laat staan dat ze kennis hebben van de arbeidsmarkt. Het gaat zowel om werknemers met een Europese als een niet-Europese nationaliteit.

De kostprijs maakt detachering aantrekkelijk. Doordat de sociale bijdragen betaald worden in het thuisland van de werknemer zijn ze doorgaans lager. Door de flexibiliteit is detachering ideaal om productiepieken in de vlees- of fruitsector op te vangen. ‘Dat staat haaks op de rigiditeit van onze arbeidsmarkt met een strakke bescherming van werknemers’, zegt Lens. ‘Maar door de populariteit van detachering krijgen arbeidsintensieve sectoren zoals de bouw of het transport te weinig stimulansen om mensen van hier te activeren of op te leiden.’

*Imane wilde niet met haar echte naam inde krant

BLEUS, D. De grootste gemiste kans op de arbeidsmarkt. De Tijd, 15 september 2022, 17.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo