Nieuwkomers worstelen met onverwachte kosten

De barometer Samenleven toont dat er nog werk is aan de diverse samenleving in Vlaanderen. Al markeert hij hier en daar ook wel positieve evoluties, zoals een toegenomen werkzaamheidsgraad.

‘Diversiteit loopt niet altijd op wieltjes’, zegt Vlaams minister van ­Samenleven Bart Somers (Open VLD). ‘Dat moet besproken kunnen worden, maar op basis van ­correcte cijfers en feiten.’ Die data verzamelen is het opzet van de ­barometer Samenleven die vorige week werd vrijgegeven. De baro­meter is opgebouwd rond acht doelstellingen voor een diverse ­samenleving, gaande van arbeidsparticipatie, over verbondenheid tot financiële draagkracht. Het is een work in progress, want voor de meeste thema’s gaat het om een nulmeting.

Vier opvallende vaststellingen voor Vlaanderen:

1Verschil in financiële draagkracht

Net geen 11 % van de inwoners van Belgische herkomst zegt geen onverwachte kosten van 1.100 euro te kunnen dekken met eigen middelen zoals spaargeld, het loon, een uitkering of pensioen. Dat blijkt uit een rondvraag tijdens de eerste drie maanden van dit jaar, dus op het moment dat de inflatie al aan haar opmars bezig was. Als diezelfde vraag wordt gesteld aan de eerste generatie nieuwkomers van buiten de Europese Unie, zegt bijna de helft die onverwachte kosten niet te kunnen dragen. Cijfers uit 2021 tonen dat 5,70 % van die groep moet rondkomen met een leefloon.

De tweede generatie inwoners van niet-EU-origine heeft al iets meer financiële reserves. Slechts 0,80 % van die groep moet rondkomen met een leefloon. Toch worstelt ook bij hen nog altijd zo’n derde met een onverwachte factuur van 1.100 euro.

2Werkzaamheidsgraad ­verbetert

Werken blijft de beste garantie om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. In tien jaar tijd is de werkzaamheidsgraad bij de nieuw­komers van niet-EU-herkomst met 9,6 procentpunt toegenomen. In diezelfde periode steeg de werkzaamheidsgraad bij de mensen van Belgische herkomst met 4,4 procentpunt.

Met 55,70 % ligt de werkzaamheidsgraad van de nieuw­komers van niet-EU-herkomst toch nog altijd een heel eind onder de 78, 20 % van de burgers van Belgische herkomst. De tweede ­generatie zit ondertussen aan een werkzaamheidsgraad van 61,70 %, tegenover 59 % in 2011.

Nog opvallender is de toename bij de nieuwkomers van EU-herkomst. De eerste generatie zit nu aan een werkzaamheidsgraad van 62,30 %. In 2011 was dat nog 47,70 %. De tweede generatie heeft een werkzaamheidsgraad van 72,40 %, tegenover 70,10 % in 2011 geleden. Volgens Somers zijn er in totaal 238.000 mensen van niet-Belgische afkomst – EU en niet-EU – meer aan de slag dan tien jaar geleden.

3Gevoel van ­discriminatie

Opvallend is dat die tweede generatie zegt meer last te hebben van discriminatie dan hun ouders. Niet minder dan 58 % van de burgers van de tweede generatie met een niet-EU-herkomst zegt zich het afgelopen jaar gediscrimineerd gevoeld te hebben. Bij hun ouders – de eerste generatie – is dat de helft. Personen afkomstig uit de EU hebben een stuk minder last van discriminatie, maar ook daar klaagt meer dan een derde van een ongelijke behandeling. Zelfs bij de mensen van Belgische herkomst zegt bijna een kwart dat ze discriminatie hebben ervaren tijdens de twaalf maanden voor de bevraging.

Opvallend is dat er een groot wantrouwen heerst in de medemens. Vooral de tweede generatie van niet-EU-herkomst is erg wantrouwig. Slechts een kwart van hen vindt dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Bij de burgers van Belgische herkomst heeft de helft vertrouwen in de medemens, wat ook al niet erg hoog is.

4Buitenlandse buur niet ­altijd welkom

Een mooie graadmeter om te zien hoe de samenleving diverser wordt, is de bereidheid om met ­elkaar samen te leven. Daar is nog een pak werk aan. Slechts de helft van de mensen van Belgische herkomst zou het oké vinden als er een gezin van buitenlandse herkomst naast hen komt wonen.

Opvallend is dat ook bij mensen van buitenlandse herkomst de ­bereidheid niet heel groot is om ­buren van buitenlandse herkomst te hebben. Bij de mensen met EU-herkomst ziet maar zo’n 60 % een gezin van buitenlandse herkomst als buur zitten. De bereidheid is niet toevallig het grootst bij de burgers van de tweede generatie met roots buiten de EU.

Methode en begrippen

De barometer Samenleven is ­gebaseerd op gegevens uit administratieve databanken – over de werkzaamheidsgraad bijvoorbeeld – in combinatie met een bevraging die tijdens de eerste drie maanden van 2022 werd ­afgenomen.

Mensen kregen een brief met de vraag om de rondvraag in te vullen. Schriftelijk was de vragenlijst in het Frans, Nederlands en Engels, online ook in het Spaans, Duits en Arabisch. ‘De steekproef is volledig representatief’, ­garandeert minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD).

Iemand wordt als van buitenlandse herkomst beschouwd als de huidige nationaliteit, de ­geboortenationaliteit, de geboortenationaliteit van de vader of van de moeder buitenlands is. Dat betekent dat iemand van de ‘derde’ generatie wordt ­beschouwd als iemand van Belgische herkomst.

Een persoon van buitenlandse herkomst behoort tot de eerste generatie als hij geboren is in het buitenland en tot de tweede als hij in België is geboren.

VANSCHOUBROEK, C. Nieuwkomers worstelen met onverwachte kosten. De Standaard, 26 juli 2022, 8.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo