De jeugd van tegenwoordig

De actie Rode Neuzen Dag focust dit jaar op de mentale, sociale en fysieke weerbaarheid van alle jongeren. Waarmee worstelt de jeugd van tegenwoordig, wat zijn de grootste valkuilen en bij wie kunnen ze terecht? 4 mondige tieners aan het woord.

The Voice-finalist Wannes lacroix (17), klasgenoten Pernilla desomer (15) en Dara oguntubi (16), social influencer Zita (14), dochter van Koen Wauters & valerie de booser,

Een op de vijf jongeren worstelt met grote mentale problemen. De vier die vandaag voor onze neus zitten, schrikken niet van dat cijfer.

Wannes: “Op mijn school zijn er best wel wat jongeren die een struggle leveren, ja. Sommigen hebben paniekaanvallen, bijvoorbeeld. Best eng.”

Pernilla: “Ik ken jongeren die bipolair zijn. Of een depressie hebben.”

Dara: “Ik zie vooral leeftijdsgenootjes vechten tegen faalangst op school. En ik moet ook denken aan mijn zus. Toen ze mijn leeftijd had, ging het een beetje mis. Het liep moeilijk op school, ze worstelde met zichzelf, met haar identiteit. Ze heeft een hele tijd last gehad van depressies.”

Zita: “Ik ken wel wat kinderen die het moeilijk hebben met de scheiding van hun ouders: als de scheiding in volle gang is. Maar ook erna: omdat ze die week naar hun moeder moeten, maar ze missen hun vader, bijvoorbeeld. Op mijn vorige school zaten er kinderen die zo ongelukkig waren dat ze naar een psycholoog moesten. Ze waren daar open over, wat ik knap vind.”

Stellen jullie je al eens vragen als ‘wie ben ik?’ en ‘wat wil ik?’

(in koor) “Vaak! All the time.”

Zita: “Heeft niet iederéén dat? Als schoolkind, op weg naar je adolescentie, en daarna naar de volwassenheid: dat is één lange evolutie waarin je constant verandert. Ik probeer de lat voor mezelf niet te hoog, maar ook niet te laag te leggen. Ik ben competitief, tegenover mezelf. Ik wil me vooral niet vastpinnen op één enkel doel voor later. Als je jong bent zoals wij is het net de bedoeling om vrij te zijn. Om alle opties open te houden.”

Pernilla: “Kennen jullie dat gevoel wanneer je in het eerste middelbaar komt, waar je niemand kent en je je afvraagt: hoe moet ik me hier gedragen? Dat heb ik soms nog altijd. Het lijkt dan of iedereen rondom mij het daar makkelijker mee heeft. Ik heb nochtans stabiele vriendengroepen, ik kom uit een warm nest. Net daarom zal ik over mijn ‘verloren’ gevoel niet zo snel zeuren, want ik heb het zó goed. Dus dan steek ik het gewoon weer weg.”

Dara: “Ik herken wat je zegt, Pernilla. Ook ik geloof dat alle anderen perfect weten wat ze aan het doen zijn, en wie ze zijn, wat ze willen. Maar ik? (haalt schouders op) Het is wellicht niet zo, maar soms lijk ik de enige die het écht niet weet.”

Wannes: “Ik denk dat dat deels komt door de druk die we voelen, op school, alsook door alle pressure via beelden op sociale media: iedereen leidt ‘het perfecte leven’ en heeft elke dag wel iets spannends te doen. En jij natuurlijk totaal niet.”

Zita: “Sociale media zijn leuk, als je er niet té veel mee bezig bent. Instagram is een manier om volgers te laten meekijken: ik kan er mijn projecten delen, tonen waarmee ik bezig ben. Qua negatieve commentaar valt het reuzegoed mee. Veelal zijn het schattige reacties. Jaloezie kom ik ook weleens tegen, maar ik trek me dat niet aan. Ik verwijder zulke reacties.”

Praten over muizenissen in je hoofd is belangrijk. Bij wie kunnen jullie terecht?

Wannes: “Ik vind het vooral fijn om met leeftijdsgenoten te praten. Omdat je met hen op dezelfde golflengte zit. Ik bel dan naar mijn beste vriendin, of ik facetime met Zita. En als het echt iets groots is? Mama.”

Pernilla: “Ik praat ook met mijn mama. Maar ik kan natuurlijk niet álles zeggen tegen haar. (lachje) Daar heb ik dan vrienden voor. Met leerkrachten op school? (denkt na) Ik voel toch een soort grens, tussen leerkracht en leerling. Als ik een probleem heb, ga ik dat liever niet aan de mensen op school toevertrouwen.”

Dara: “Dat ligt ook vaak aan de accommodatie, toch? Stel dat je naar een leerlingenbegeleider stapt met een probleem? Dan ben jij degene die ‘uit dat lokaaltje’ komt. Iedereen heeft dat gezien.”

Wannes: “En dan ben je al snel ‘de onstabiele’ die daar door de schoolgang loopt.”

Zita: “Ik vind zulke aanspreekpunten op school toch belangrijk, hoor. Je hebt enerzijds het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding, red.), maar ook je klastitularis en leerlingenbegeleiders – een man en een vrouw, zodat je kan kiezen – zijn er voor je. Of soms is het gewoon een leerkracht met wie je een goede klik hebt.”

Pernilla: “Het klopt dat die mogelijkheid op school er moet zijn. Zeker voor jongeren die echt nergens anders terechtkunnen, hè. Maar mijn problemen zijn te oppervlakkig, zeg maar, om professionele hulp te zoeken. Gelukkig. (lachje)”

Dara: “Onze ‘problemen’ lijken soms groot, maar als ik even langer nadenk, zeg ik tegen mezelf: Dara, doe kalm en kijk naar wat er allemaal misloopt in de wereld … Waarna ik me nog slechter voel over het feit dat ik me slecht voel om een futiliteit.”

Pernilla: “Oh, ik herken dat: zo’n dramatische bui. (lacht)”

Dara: “(knikt) Ik kan keihard wenen na een kleine ruzie met mijn mama. Tot ik denk aan Nigeria, waar schoolmeisjes het slachtoffer zijn van Boko Haram. En dan voel ik me dus al snel een aansteller. (denkt na) Mijn papa woont in Nigeria. Hij is er nooit echt geweest in mijn leven. Er is een stukje van mezelf dat ik niet ken. En dat ik absoluut nog wil onderzoeken. Hoe ouder ik word, hoe vaker mijn Nigeriaanse ‘roots’ opspelen in mijn hoofd. Op zulke momenten heb ik mijn mama, of mijn zus.”

Zita: “Als jongere zijn je vrienden je eerste aanspreekpunt, denk ik. Maar als je inderdaad met iets groots worstelt, is het fijn om je ouders te raadplegen. Ik heb heel veel geluk dat ik een goede band heb met mijn mama en papa.”

Een op de vier voelt stress van sociale media: om er altijd goed uit te zien, offline en online.

Wannes: “Ik wil er ook altijd wel goed uitzien, eerlijk gezegd. (lacht) Maar dat geeft mij geen stress, hoor.”

Dara: “Ik denk dat dat percentage een pak hoger zal liggen. Mensen beseffen het volgens mij zelf soms niet. Ik zou ook niet zeggen: ‘Ja, ik ervaar druk van sociale media.’ Maar eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, is dat wel zo.”

Pernilla: “Stel, Wannes, dat jij een foto plaatst, en dat je plots veel minder likes krijgt dan anders. Daar ga je toch over stressen? Eerlijk?”

Wannes: “Ik snap je punt wel. Ik stel me dan inderdaad de vraag: vinden mensen me minder leuk? Ben ik minder populair? Zie ik er slecht uit? (lacht) Oké dan. So be it. Ik lig daar niet wakker van. Ik ga daar redelijk goed mee om, maar ik merk dat vijftienjarige meisjes héél veel bezig zijn met uiterlijk: Hoe zie ik eruit tegenover mijn vrienden? Wat trek ik het best aan? Wat zijn de normen? Waar ligt de lat?”

Zita: “Druk om er altijd goed uit te zien? Nee, als ik er goed uit wil zien, doe ik dat voor mezelf en niet voor anderen. Ik loop ook weleens rond met een vettige kop haar. En het perfecte lichaam? Het is totaal niet nodig om je daaraan te spiegelen. Ik vind iedereen perfect, precies zoals ze zijn.”

Pernilla: “Ik zit bewust niet op Instagram. In het eerste middelbaar had ik het er echt moeilijk mee: ik deed niks anders dan mezelf vergelijken met iedereen. Ik vind Instagram sowieso tijdverspilling. Ik merkte ook dat het me elke keer géén goed gevoel gaf. Want die is dat aan het doen, die is met die vrienden op stap, en ik? Ik lig hier in mijn bed.”

Wannes: “Je ziet soms vriendengroepen samen op Instagram en je kan dan alleen denken: en waarom ben ík daar niet bij? Waarom vragen ze mij niet?”

Pernilla: “Instagram kan leuk zijn, maar voor mij hangen er te veel negatieve gevoelens aan vast. Het trok mij alleen maar naar beneden. Bovendien leek het me te definiëren als persoon: hoeveel volgers ik had, hoeveel likes ik kreeg. Ik voelde dat dat invloed had op hoe mensen naar me keken. Daarom wilde ik er los van komen.”

Dara: “Ooit stapte er een meisje op me af op een feestje: ‘Wow, jij ziet er zo cool uit. Ik dacht altijd dat je zo’n seut was.’ Ik wist niet wat ik hoorde. (lacht) Ik had haar nooit eerder ontmoet, maar dát was haar conclusie, op basis van mijn Instagramfoto’s. Ik heb me daar de hele avond slecht over gevoeld. Wat kut is. Want ik wil daar zo zwaar niet aan tillen.”

Pernilla: “Het is zoveel fijner als mensen hun mening over je opbouwen op basis van wie ze leren kennen. In het echt.”

Een op de twee jongeren ervaart druk op school. Herkenbaar?

Wannes: “Ik zit nu in het zesde, in kunstonderwijs, en ik moet mijn eindwerk maken. De leerkrachten praten je wel stress aan. Het is van menens. Ik lig daar soms nu al wakker van. Vorig jaar kwamen mijn deelnames aan The Voice twee weken voor mijn examens. Ik had 50,5 op wiskunde. Goed uitgerekend, hè? (lachje)”

Dara: “Leerlingen met slechte punten hebben het lastig, maar als goede leerling heb je er ook last van. Want als je goeie testen hebt, lijkt dat na een tijd vanzelfsprekend. Dat lijkt dan niet veel meer waard. Of anderen zeggen: ‘Ah, ze heeft weer goede puntjes en ze heeft er weer niks voor gedaan.’ Je krijgt alweer een soort ‘stempel’.”

Pernilla: “Ik doe wat ik moet doen om erdoor te zijn. Ik ga niet altijd voor negentig procent, zeg maar.”

Zita: “Ik doe ook mijn best op school, absoluut, maar natuurlijk is er druk: leerkrachten zitten achter je veren, de punten moeten goed zijn, je moet toch dat diploma halen. En uiteraard is de ene les al eens leuker dan de andere, de ene leraar toffer dan de andere, en soms denk ik stiekem ‘fuck school’. (lachje) Maar dat duurt nooit lang, hoor.”

En wat met ‘erbij horen’ op de speelplaats: hoe belangrijk is dat?

Dara: “Vroeger was ik daar heel erg mee bezig. Nu denk ik: ik ben gewoon wie ik ben. Zonder vrienden ben je veel zelfbewuster: Kan ik die opmerking wel maken? Kan ik bij die mensen gaan staan? Zullen ze me niet raar vinden? Maar zodra je je aanvaard voelt, gaat dat beter. Je goed voelen bij vrienden, bij wie je helemaal jezelf mag en kan zijn, is echt wel cruciaal. Zodra je zo’n paar mensen in je leven hebt, zit je goed.”

En wat als je die niet vindt?

Pernilla: “Dan lijkt het me heel moeilijk. Op school ben ik helemaal oké nu, ik héb goede vrienden. Maar in elke nieuwe situatie vind ik het weer moeilijk. Hoe zal ik overkomen? Wat zullen ze van me denken? Ik heb altijd het gevoel dat ik een goede indruk moet maken. Dat ik me moet bewijzen: hé, kijk, ik kan leuk zijn!”

Zita: “Ik ben dit schooljaar gestart op een nieuwe school – we zijn verhuisd naar Gent – waar ik niemand kende, en dat was eng. Ik was bang dat ze zouden lachen: ik spreek geen Gents dialect zoals zij. Of dat ze vooroordelen zouden hebben over mij als ‘dochter van’. Of dat ik geen vrienden zou maken. Maar de ongerustheid was onterecht: ik ben er heel goed ontvangen.”

Wannes: “Toen ik deelnam aan The Voice kreeg ik goede feedback op school, maar evengoed werd ik ook uitgelachen. Als ik een poster uithing met ‘stem op mij’ werd die helemaal ondergeklad. Kinderachtig. Tót ik het tot in de finale schopte. Dan wil plots iedereen met je bevriend zijn.”

Heeft je geaardheid je al vaak parten gespeeld, Wannes?

Wannes: “In het derde middelbaar hoorde ik vaak: ‘Je bent gay.’ Ik zei dan dat dat niet waar was. Maakte me boos. In de les Audiovisuele Vorming plaagden andere leerlingen me weleens. In het eerste en tweede middelbaar, op een college, was het nog erger: men gooide er bijvoorbeeld met Tipp-Ex naar me. Pas tegen het einde van mijn vierde middelbaar besefte ik: misschien is het wel zo? Voor mij was dat geen zware struggle, maar ik vond het wel raar. Huh? Ik, een homo? Dat was even wennen. Toen ik het aan mijn ouders vertelde, waren ze totaal niet verrast. Ze wisten het al van toen ik drie was. (lacht) Ook op school zei men gewoon: ‘Ah, eindelijk.’”

Voelen jullie je als jongere veilig op straat?

Pernilla: “Als het donker is, mag ik van mijn ouders niet alleen fietsen ’s avonds. Ik begrijp dat, hoor. Ik zeg tegen vriendinnen die alleen naar huis fietsen na een feestje ook altijd: ‘Sms me als je thuis bent.’”

Wannes: “Veilig? Nooit. Er wordt veel geroepen naar mij op straat. Omdat ik gay ben. Als ik uitga, wordt er weleens geduwd en getrokken. En dan moet je je mond houden, hè, als je geen klop wil. Dat gedrag komt toch vooral van jongens. Ach. Ik laat het meestal over me heen komen.”

Pernilla: “Ik sta er soms van versteld hoe narrow-minded jongens van onze leeftijd vaak zijn. Vrienden die niet inzien hoe discriminerend ze nog zijn ten aanzien van holebi’s. Als zij daar flauwe opmerkingen of mopjes over maken, voel ik me daar verantwoordelijk voor. Want zij vertegenwoordigen ook mij, snap je?”

Wannes: “Ach, de meesten weten niet welke houding ze moeten aannemen. Ik ben eens voor het rot van de straat uitgescholden door een jongen. Tot die iets begon met een van mijn beste vriendinnen. Dan was ie plots poeslief tegen me. Maar je hebt wel gelijk wat die bekrompenheid betreft: o wee als ik eens een jongen onschuldig aanraak. Dan schieten ze in paniek. ‘Hé, ho, ik bén wel niet zoals jij, hè!’ (rolt met ogen)”

Kom jij nog vaak racisme tegen, Dara?

Dara: “Ik moet ‘als halve zwarte’ niet achteraan in de bus zoals vroeger. Het zit hem meer in kleine dingen. Mensen die in de tram hun handtas tegen zich aanduwen als ik voorbijkom. Of in opmerkingen. ‘Amai, zo goed Nederlands dat jij spreekt.’ Onlangs ben ik samen met enkele vrienden ‘bende apen’ genoemd. Ik zíé mensen ook schrikken als ik zeg dat ik Latijn-wiskunde studeer. ‘Zot dat jij dat kan.’ Soms voel je gewoon dat mensen neerkijken op je. Dat is een kutgevoel.”

43% van de meisjes zit niet goed in zijn vel. En jullie?

Dara: “Dat kan van de ene dag op de andere helemaal anders zijn. De ene keer denk ik voor de spiegel: oh my god, dit kan niet. Dan walg ik bijna van wat ik zie. Op andere dagen denk ik: oké, zo erg is het nu ook weer, niet. (lacht) Soms vind ik mezelf te dik. De andere keer stoor ik me aan mijn haar. De eerste keer naar school komen met een afrokapsel? Elke opmerking kon me doen panikeren. Terwijl ik nu besef dat mijn ‘look’ best tof is. En fuck it als het jou niet aanstaat. Ik hoor nog altijd dingen als ‘Heb je met je vingers in het stopcontact gezeten?’ of ‘Je lijkt wel een jongen’. Dat lijken misschien onschuldige mopjes, maar wat willen ze? Dat ik daarom lach?”

Pernilla: “Net zoals Dara ken ik dagen waarop ik niet graag naar mezelf kijk. Andere keren vind ik het wel meevallen. (lachje) Ik voel me gelukkig steeds beter in mijn vel, ik heb mijn kledingstijl gevonden. Het laatste jaar weet ik ook mijn vrouwelijk lichaam steeds beter te aanvaarden. Ik ken het ideaalbeeld dat online gepromoot wordt, maar daar vergelijk ik mezelf niet mee. Omdat ik weet dat het onrealistisch is. Maar in het echt heb ik wel vriendinnen met een prachtig lichaam en met hen ga ik mezelf wel vergelijken.”

Zita: “Als ik op een Instastory sta met een mottig gezicht? So be it. Ik kan er niet altijd tiptop uitzien, niemand hoeft dat te kunnen. Dat is hoe ik erover denk. Ik geef de laatste jaren ook echt wel mijn mening als ik ergens niet mee akkoord ga, zonder aanvallend te zijn. Onze generatie is mondiger geworden, daar mogen we trots op zijn.”

Zita, jij hebt als social influencer met meer dan 100.000 volgers een soort ‘voorbeeldfunctie’ voor de jeugd. Is dat soms moeilijk?

Zita: “Ik zie mezelf niet als een voorbeeld, al besef ik inderdaad wel dat veel jonge kinderen ergens … tja ‘naar me opkijken’, of zo? Dat is soms wel wat moeilijk, omdat ik niet weet of ik aan de verwachtingen voldoe. Ik kan niet altijd perfect zijn, of er goed uitzien, zoals gezegd. Anderzijds: ik krijg vaak berichtjes van jonge meisjes die me om advies vragen, of me iets toevertrouwen waarmee ze het moeilijk hebben. Ik probeer altijd lief te antwoorden. Stel dat ik zo toch een paar jongeren help? Dan ben ik blij. Maar ‘social influencer’ en zo: ik blijf daarvan schrikken. (lachje) Ik ga ook zeker niet naast mijn schoenen lopen – hoeveel volgers ik ook mag hebben. Daar is geen enkele reden toe. Ik ben een jong meisje, net zoals alle andere jonge meisjes. Punt.”

Steun rode neuzen dag

Rode Neuzen Dag 2019 richt zich dit jaar nog meer op scholen. Scholen die een project willen indienen, kunnen dat via de site rodeneuzendag.be. Ook de rest van Vlaanderen is welkom om acties te registreren. De slotshow vindt plaats op 29 november en wordt uitgezonden op VTM. Zita Wauters en Sean Dhondt ontwierpen samen met CKS een exclusieve capsulecollectie met T-shirts, hoody’s en een reversibele sweater. 20% van elk verkocht item gaat naar Rode Neuzen Dag. De collectie is te koop in CKS Concept Stores en op cks-fashion.com

MICHIELS, A. De jeugd van tegenwoordig. Het Laatste Nieuws, 6 oktober 2019, 95.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo