Toplonen gingen omhoog, de laagste lonen niet

De laatste twintig jaar gingen de brutolonen in België er sterk op vooruit. Maar de winst ging vooral naar wie al veel verdiende. De laagste lonen stegen amper.
Tussen 1999 en 2020 zijn de gemiddelde bruto maandlonen in België met vijftien % boven op de inflatie gestegen. Dat blijkt uit een analyse van de denktank Minerva, op basis van gegevens van Statbel. Maar er zit een opmerkelijke discrepantie in die cijfers. Het zijn namelijk vooral de hoge lonen die stegen, terwijl de laagste lonen bleven hangen. Tussen 1999 en 2020 gingen de brutolonen in het hoogste loon­deciel met gemiddeld 941 euro omhoog, terwijl dat in het laagste amper 237 euro was. ‘De laagste lonen zijn vandaag de facto niet hoger dan tien jaar geleden’, klinkt het in de paper.

‘In de eerste helft van die twintig jaar was de loonstijging min of meer gelijk’, zegt Matthias Somers van denktank Minerva. ‘Maar in de tweede helft, dus grosso modo na de financiële crisis, zijn de hoogste lonen blijven stijgen, terwijl de laagste lonen, zeker in het onderste loondeciel, stagneerden. Wie in de onderste regionen werkt, zag zijn of haar loon er niet op vooruitgaan, terwijl de welvaart die de samenleving genereert, wel is toegenomen.’

Een eenduidige verklaring voor het fenomeen is er niet, zegt Somers. Een mogelijke uitleg is dat mensen met hoge lonen in hoogproductieve sectoren werken, en die met lage lonen in laagproductieve sectoren. ‘In die eerste is er meer marge om loonsverhogingen toe te kennen’, klinkt het. ‘In de tweede is er minder marge voor.’

Als voorbeeld haalt de onderzoeker farmabedrijf Pfizer in Puurs aan. Dat heeft de afgelopen jaren, door de coronapandemie, goed geboerd. ‘Vroeger zou in zo’n bedrijf iedereen mee profiteren wanneer de productiviteit en winst stegen’, zegt Somers. ‘Dus ook de mensen van de schoonmaak of het administratief personeel. Maar vandaag zijn die minder productieve activiteiten afgestoten naar externe firma’s, zoals schoonmaakbedrijven. De mensen die nog bij Pfizer zitten, kunnen dus nog mee profiteren van die goede prestaties, de anderen niet meer.’

Somers vreest dat de werkelijke verschillen nog groter zijn, omdat de cijfers enkel uitgaan van brutolonen en niet van andere extralegale voordelen, zoals bedrijfswagens, die vaker toegekend worden aan mensen uit hogere loonklassen.

Problematisch

De overheid probeert die groeiende tweespalt te compenseren, klinkt het, door ingrepen die de laagste nettolonen moeten verhogen, zoals de jobbonus. ‘De overheid grijpt in waar de bedrijven de bal laten vallen’, zegt Somers. ‘Maar die herverdelingsmachine moet almaar harder draaien en door de groeiende belastingdruk, en de kritiek daarop, wordt dat evenwicht almaar moeilijker houdbaar.’

Aanbevelingen om de situatie recht te zetten doet de paper niet. Maar er moet wel íéts gebeuren. ‘Er is een grote groep mensen die, ondanks het feit dat ze hard werken, er niet op vooruitgaat’, zegt Somers. ‘En nu gaan er stemmen op om de lonen niet te indexeren van mensen die vaak nog geen indexering hebben gehad. Als je nog een recept zoekt om mensen de voeling met de maatschappij te doen verliezen, dan heb je het hiermee gevonden.’

LEMMENS, K. Toplonen gingen omhoog, de laagste lonen niet. De Standaard, 3 oktober 2022, 18.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo