Ook de inschakelingsuitkering voor jongeren wordt door regering-De Wever aangepakt. Zo’n 13.000 werkloze jongeren verliezen vanaf januari hun soms enige vangnet. “De onrust bij hen is zeer groot.”
“De dag dat ik de brief uit de brievenbus haalde, zakte ik door mijn benen. Ik heb een uur lang geweend. Je voelt je plots zo onzeker. Alles gaat al enorm moeizaam in mijn leven en nu wil de overheid het mij nog moeilijker maken.” Aan het woord is Antje*(22), een van de ongeveer 13.000 jongeren die vanaf januari hun inschakelingsuitkering verliezen. In Vlaanderen gaat het om 2.335 jongeren.
Want de werkloosheidshervorming van de regering-De Wever treft ook jongeren. Ook de inschakelingsuitkering (de tijdelijke steun voor werkzoekende jongeren die nog geen werkloosheidsrechten hebben opgebouwd) wordt vanaf januari beperkt tot maximaal één jaar. Vandaag is dat nog drie jaar. Jongeren die op 1 januari al een jaar of langer zo’n uitkering ontvangen, verliezen ze volledig.
Antje ontvangt haar inschakelingsuitkering sinds november 2024 en verliest ze dus binnenkort. “Ik wil heel graag werken. Dat was het doel van het voorbije jaar, maar het is gewoon echt niet eenvoudig”, vertelt ze. In oktober kreeg ze de diagnose autisme. “Dat verklaarde zoveel: waarom mijn opleiding na het middelbaar niet lukte, waarom sollicitaties zo moeizaam verlopen. De diagnose geeft me rust, maar ik ben ook bezorgd.”
Kwetsbaar
“Het zijn vooral kwetsbare laagopgeleide jongeren die zo’n uitkering krijgen”, bevestigt Ludwine Pauwelyn, coördinator van de vzw Groep Intro. Die begeleidt jongeren die moeilijk hun weg vinden naar de arbeidsmarkt. “Vaak kampen die jongeren met een psychische kwetsbaarheid, een klein netwerk, problemen op school, geen stabiele thuis … Je kunt je moeilijk voorstellen welke hindernissen zij moeten overwinnen.”
Antje droomt ervan in de zorg te werken, maar wordt daar steevast afgewezen. “Onlangs nog omdat ik autisme heb. Ze zeiden dat het werk te zwaar zou zijn voor mij, maar ik heb nooit de kans gekregen om mezelf te bewijzen”, zegt ze met tranen in de ogen.
Pauwelyn herkent dat patroon. “Deze jongeren kunnen wel werken, maar hebben een aangepast traject en de juiste begeleiding nodig. Niet via één gesprek om de zes weken, maar met intensieve ondersteuning om drempels als onzekerheid, faalangst en trauma’s stap voor stap aan te pakken. Dat kost tijd en dat is nu precies wat deze maatregel afneemt.”
Hoewel de inschakelingsuitkering in principe bestemd is voor jongeren van 18 tot 25 jaar voor maximaal drie jaar, konden alleenstaanden of jongeren met een gezinslast onder bepaalde voorwaarden een verlenging krijgen. Ook zij verliezen nu hun uitkering. Sam* (31), krijgt vandaag nog altijd een inschakelingsuitkering.
Hij woont sinds zijn 19de alleen, omdat thuisblijven geen optie was. “Familiale problemen. Ik zou eraan kapot gegaan zijn. Dankzij de uitkering kon ik ontsnappen aan een onhoudbare situatie en proberen een eigen leven op te bouwen”, vertelt hij daarover. Hij studeerde af in houtbewerking, wilde meteen werken, maar vond niets. “Ik schreef mij in bij de VDAB en kreeg na een bepaalde wachttijd mijn uitkering.”
Vóór jongeren recht hebben op zo’n uitkering moeten ze eerst een wachttijd doorlopen. Die bedraagt vandaag nog een jaar en begint te lopen vanaf het moment dat ze zich inschrijven bij de VDAB. Bij twee positieve adviezen ontvangen ze daarna de uitkering. De regering verkort die wachttijd nu naar zes maanden, een aanpassing waar experts wél tevreden over lijken. “De wachttijd was vroeger negen maanden en werd een tijd geleden verlengd naar een jaar. Sommige jongeren gingen sneller aan het werk, maar belandden vaak in kortdurende, precaire jobs. Dat is geen traject naar stabiliteit,” zegt arbeidseconoom Eva Van Belle (VUB). Toch blijft ook zij sceptisch over de verkorting van de duur van de uitkering zelf. “Dat kan alleen indien er een alternatief vangnet is voor jongeren die echt niet aan werk raken.”
Schulden
De voorbije jaren bestonden voor Sam uit veel interimjobs als bakker en poetshulp, en stages die telkens vroegtijdig stopten. “Ik ben eens ontslagen omdat ik drie weken maaggriep had. Daar kon ik toch niets aan doen?”
Hij solliciteert nog altijd, maar blijft tegen moeilijkheden aanlopen. “Laatst werd ik afgewezen omdat ik een jogging droeg op een sollicitatie. Ik pas door mijn zwaarlijvigheid niet in een jeans en die zijn bovendien ook erg duur. Mijn uiterlijk past niet in hun normen en daarom wijzen ze mij af. Dat is vernederend”, zegt Sam.
Hij moet rondkomen met zo’n 1.200 euro per maand. “Na huur en vaste kosten blijft er nog 300 euro over. Daarmee doe ik boodschappen en probeer ik een beetje te sparen. Zonder die uitkering weet ik niet hoe ik verder moet.”
Dat baart Pauwelyn zorgen. “We zien momenteel bij de jongeren die we begeleiden veel onrust. Ze gaan van alles proberen om rond te komen: opnieuw intrekken bij mensen waar het niet veilig is, zwart werk, drugshandel, schulden maken … Dit is geen maatregel die iemand dichter bij duurzaam werk brengt.”
Antje blijft intussen hopen op een job. “Als ik voldoende rustmomenten krijg en een werkgever vind die mijn aandoening erkent, dan kan ik werken. Dat wil ik ook echt.”


