‘Vlaanderen is bij de beste regio’s op vlak van armoede’

FACTCHECK BART VAN CRAEYNEST (VOKA) OP TWITTER

Onder het motto ‘als het goed is, mogen we het ook zeggen’ tweette Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest vorige week iedere dag een grafiek met zaken waarin Vlaanderen/België tot de wereldtop behoort. Dat ging over sterke prestaties in de logistiek, de ­circulaire economie en qua ­gendergelijkheid van lonen. Hij postte ook een grafiek waarin Vlaanderen de op twee na laagste plaats in Europa innam op het vlak van ­armoede. Alleen Oost-Nederland en Zwitserland zijn ­gebieden die nog een lagere graad ‘van ernstige mate­riële deprivatie’ kennen, de indicator die Van Craeynest correct uit Eurostat­cijfers haalde.

Wim Van Lancker, armoedespecialist aan de KU Leuven, wil ­nuanceren. ‘Het klopt dat Vlaanderen het inzake armoede goed doet, zeker als je vergelijkt met andere landen en regio’s. Maar we behoren ook niet tot de ­absolute top’. Van Lancker vindt het cijfer dat Van Craeynest ­hanteert – de graad ‘van ernstige ­deprivatie’ – ook niet de beste ­armoede-indicator. ‘Dat cijfer meet hoeveel mensen een bepaalde korf aan gebruiksgoederen kunnen kopen, zoals een gsm, een auto of een onverwachte uitgave. Maar het zegt weinig over de evolutie van de armoede. Iemand die zonder werk valt, zal zijn auto niet meteen weg doen, terwijl zijn inkomen veel lager ligt’. Een ­andere kritiek is dat het aantal producten en diensten in de ­index wel heel beperkt is.

De armoedegrens

Van Lancker zweert bij de klassieke armoede-indicator: het aantal mensen dat over een inkomen beschikt dat onder 60 % van het mediaaninkomen ligt. Hij weerlegt de kritiek dat dat een heel relatief cijfer is, omdat je ook in een heel rijk land zoals Noorwegen of Zwitserland per definitie mensen hebt die minder dan 60 % van die mediaan verdienen. ‘Het klassieke armoedecijfer blijkt heel goed te correleren met heel wat andere eigenschappen die we intuïtief aan armoede koppelen, zoals facturen niet kunnen betalen of slecht ­behuisd zijn. Het zegt in hoeverre je kunt deelnemen aan het maatschappelijke leven, ook in een rijk land.’

Ook met die indicator doet Vlaanderen het uitstekend, als we afgaan op de cijfers van Statistiek Vlaanderen. Slechts 8,5 % van de bevolking valt onder de ­armoedegrens, beter dan de ­nummers twee en drie Tsjechië en Slovakije. ‘Maar hier vergelijk je één regio met landen. Als je correct wil zijn, moet je regio’s met regio’s vergelijken, maar daarvan zijn er in andere landen minder cijfers beschikbaar. Vlaanderen komt er weliswaar nog goed uit, maar er zijn rijke ­regio’s in Duitsland en Zweden die nog ­beter ­scoren.’

Verkeerde richting

Van Lancker haalt nog enkele ­redenen aan waarom het onderliggende plaatje minder florissant is dan de algemene cijfers doen uitschijnen. ‘We doen het qua ­armoede niet goed bij een aantal groepen zoals alleenstaande ­ouders en niet-werkenden. Die cijfers evolueren de laatste tien jaar ook in de verkeerde richting’. Ook de indicator van Kind & Gezin, die het aantal kinderen meet die in kansarmoede moet opgroeien, toont een minder fraai beeld. In Vlaanderen bedraagt dat cijfer 12,40 %. Duitsland, Finland, Denemarken en een ­aantal ­Centraal-Europese landen scoren hier beter.

Conclusie. Het klopt dat Vlaanderen internationaal bekeken op de meeste armoedeparameters uitstekend scoort. De relatief lage inkomensongelijkheid, sterk ­herverdelende sociale zekerheid en een robuuste middenklasse maken dat het aantal armen ­beperkt blijft. Maar voor enkele deelgroepen doen we het niet goed, en de cijfers gaan voor hen ook niet de goede kant uit.

DECOCK, S. ‘Vlaanderen is bij de beste regio’s op vlak van armoede’. De Standaard, 17 mei 2022, 7.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo