Stagflatie loert om de hoek: wat is dat, welke gevaren heeft het en wat gebeurde er de laatste keer dat we het meemaakten?

De economische groei komt in steeds meer Europese landen tot stilstand en de prijzen van goederen en producten swingen de pan uit. Stagnatie en inflatie, dat maakt samen stagflatie. Het is nog niet zover, maar het is toch enigszins bang afwachten. Want stagflatie is geen lachertje.

Stagflatie is een samentrekking van de woorden stagnatie en inflatie. “Stagnatie verwijst naar een economie die een stuk onder de potentiële groei blijft of zelfs negatief groeit”, zegt Koen De Leus, hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis. In België is de potentiële groei 1,20 % en stagnatie betekent dat je dat niet haalt. Dat is erg slecht voor bedrijven en kan leiden tot ontslagen als het lang duurt.” Inflatie betekent dan weer dat de prijzen van allerlei producten steeds meer stijgen, en dat zie je normaal in periodes van heel snelle economische groei.

Die twee samen geven stagflatie. Zo ver is het nog niet, maar met een economische groei die in veel landen tot stilstand komt – in Frankrijk geen groei, in Italië negatieve groei – loert dat weinig opbeurende scenario toch gevaarlijk om de hoek. “Het rare bij stagflatie is dat je bij heel trage groei toch inflatie hebt”, zegt De Leus. “Dat is voor overheden een heel moeilijke situatie, zowel fiscaal als monetair. Bij hoge inflatie door te snel stijgende economische groei trek je de rente op en dan is het in orde, want mensen gaan minder lenen en bedrijven minder investeren. Dan koelt de economie wel weer af en daalt de inflatie. Maar bij stagflatie is die trage groei er dus al. Trek je de rente op, dan maak je het de economie nog moeilijker. Mogelijk ga je dan zelfs naar een recessie. Heel moeilijk dus.”

Covid en oorlog

Dat we in deze risicovolle situatie zitten, heeft veel te maken met de coronacrisis. “Die heeft gezorgd voor een heel plotse groei van de economie na een bevriezing, met als gevolg dat je een heel grote vraag had naar vooral goederen en heel erg gestegen prijzen en inflatie.” Daarnaast is er de energiecrisis, die al voor de oorlog in Oekraïne voelbaar was en sindsdien alleen maar acuter is geworden. “De prijs van olie, gas en elektriciteit is heel erg gestagen. Dat is het tweede element voor die hoge inflatie.”

De stagnatie, die komt dan weer voornamelijk door de oorlog in Oekraïne. “Iedereen ging ervan uit dat we naar een herhaling van de dolle jaren 20 gingen, vrij van Covid en infecties, waarin we veel gingen reizen en massaal spenderen. We keken uit naar hele mooie groei”, zegt De Leus. “Maar de oorlog heeft stokken in de wielen gestoken. Er is een groeischok gekomen door onzekerheid en de energieprijzen. Mensen hebben weer minder geld uit te geven en daardoor vertraagt de economische groei. Het tweede kwartaal van dit jaar wordt wellicht nog erger. De vraag is maar of die negatieve groei zich daarna gaat doorzetten.”

Jaren 70

Stagflatie zagen we al eerder in de jaren 70. “Eind jaren 60 was de economie zowel in de VS als in Europa oververhit en die bleef gestimuleerd worden door de centrale banken. De rente bleef daardoor laag en de economie bleef groeien. Tot de OPEC-landen de oliekraan plots dichtdraaiden. De economie was toen nog heel afhankelijk van olie, dus die leed daar heel erg onder. De mensen konden minder uitgeven en de kosten voor bedrijven liepen op, waardoor ze die probeerden door te rekenen.”

Daardoor ontstond een loon-prijsspiraal. “Bedrijven rekenen hogere kosten door naar de klanten, dus vragen gezinnen een hoger loon. Dat geven de bedrijven, maar ook dat rekenen ze door, waardoor de gezinnen weer meer vragen. Het is heel moeilijk om de inflatie op zo’n moment naar beneden te halen”, zegt De Leus. “Zelfs bij een vertragende economie.” Toen zagen we ook het belangrijke derde element van stagflatie: een heel hoge werkloosheidsgraad omdat bedrijven mensen wel moeten ontslaan. “Dat heeft geduurd van 1972 tot 1978-1979. Pas dan is het opgelost geraakt omdat Paul Volcker, toenmalig voorzitter van de Fed, de rente heel zwaar opgetrokken heeft. Zo ging de heel hoge inflatie eruit. Er was dan wel een serieuze recessie eind jaren 70, maar daarna is de economie weer vertrokken.”

Vandaag zijn we nog lang niet aan een stagflatie toe, zegt De Leus nog. “We moeten daar alleen voor vrezen als er een embargo komt van Europa tegen Russisch gas en olie of als Rusland de gas- en oliekraan dichtdraait. Dan heb je dezelfde olieschok als in de jaren 70, zeker omdat je bij de vakbonden nu ziet dat men nog steeds hoge lonen eist. Dan kan er recessie komen, maar je ziet ook hoge looneisen en een hoge stijgingsverwachting van de prijzen. Dat zijn recepten voor stagflatie. Als dat niet gebeurt, zal dit zich wel normaliseren. Normaal gezien in de tweede helft van dit jaar al.”

STEVENS, G. Stagflatie loert om de hoek: wat is dat, welke gevaren heeft het en wat gebeurde er de laatste keer dat we het meemaakten? Nieuwsblad.be, 30 april 2022. Geraadpleegd op 5 mei 2022 via nieuwsblad.be
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo