Het aanbod regeert de economie, niet de vraag

Hoe langer de krapte aansleept, hoe langer de wachtrij bij de producenten wordt. De economie wordt geregeerd door het aanbod.

‘Onze elektrische wagens zijn voor dit jaar al uitverkocht. Wie nu een auto bestelt, moet tot 2023 wachten.’ Herbert Diess, de ceo van VW, is merkbaar tevreden met de sterke verkoop van zijn elektrische wagens. De ID3, de ID4, de Audi e-tron … allemaal gaan ze als zoete broodjes over de toonbank. In het afgelopen kwartaal verkocht VW 99.000 elektrische wagens. In het orderboekje staan in Europa alleen al 300.000 bestellingen voor elektrische ­auto’s genoteerd. VW is de rest van het jaar zoet met het ­assembleren daarvan. Het concern denkt dit jaar wereldwijd 700.000 elektrische wagens te bouwen. Meer is niet mogelijk, want VW raakt niet aan meer onderdelen. Vooral halfgeleiders en kabelbomen zijn moeilijk te vinden en ook batterijen blijven een uitdaging.

Het verhaal van de krappe aanvoerketens is gekend: door de coronapandemie raakten die volledig in de war, waardoor overal tekorten vielen. De verwachting was dat de situatie geleidelijk zou verbeteren als het ergste voorbij was. Maar twee jaar na het begin van de pandemie is er geen sprake van beterschap. Integendeel: in zowat alle ­sectoren hollen de aanvoerlijnen nog steeds achter de ­feiten aan – is het niet door een tekort aan halfgeleiders, dan wel door een grondstof die niet beschikbaar is door de oorlog in Oekraïne of die fors duurder werd. Wat ooit als een tijdelijk tekort werd gezien, dreigt een permanent ­gegeven te worden.

Daardoor lijkt een omkering in de economie ontstaan te zijn. Die werd de voorbije decennia gedicteerd door de vraag. ‘Zo veel mogelijk verkopen’ was het mantra, met of zonder korting. De klant was koning. Aan grondstoffen of arbeidskrachten was geen gebrek, waardoor het aanbod de vraag bijna altijd kon volgen. Nu lijken we terecht te komen in een economie die geregeerd wordt door het aanbod. VW kon dit jaar makkelijk meer dan 700.000 elektrische ­wagens verkopen, als het die zou kunnen produceren. Wie een nieuwe en geavanceerde racefiets wil kopen, merkt al snel dat ook die nauwelijks leverbaar zijn. Wie met een ver­bouwing of een nieuwbouw wil beginnen, moet zijn plannen vaak uitstellen omdat sommige materialen in prijs ­verdubbeld zijn, of omdat er geen werklui zijn.

Voor de consument is dat geen goed nieuws. Een economie die door het aanbod en niet door de vraag gedicteerd wordt, is een veel duurdere economie. De fabrikanten kunnen namelijk makkelijk hun prijzen optrekken en kortingen schrappen of goedkopere modellen uit het gamma ­halen. Boze consumenten kunnen niet snel naar de concurrent stappen, want er zijn nauwelijks goedkope alternatieven beschikbaar.

Het is een ijdele hoop dat de schaarste snel zal oplossen. Hoe langer de krapte aansleept, hoe langer de wachtrij bij de producenten wordt. Je kunt de aankoop van een nieuwe wagen, kachel of fiets wel een of twee jaar uitstellen, maar vroeg of laat zijn die hopeloos versleten of gedateerd en móét je wel kopen. En dan maken miljoenen consumenten die eerst hun aankoop uitstelden, de wachtrij nog wat langer.

DECOCK, S. Het aanbod regeert de economie, niet de vraag. De Standaard, 5 mei 2022, 20.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo