Handel is geen jobmotor meer

Consumenten kopen steeds meer voeding online, wat druk zet op de grote supermarkten. Comeos vreest een verlies van 26.000 jobs in vijf jaar als de sector passief blijft.

Krijgt de voedingssector als gevolg van de digitalisering de ­komende jaren een klap te verwerken zoals eerder de non-food? ­Dominique Michel, ceo van de handelsfederatie Comeos, denkt dat het pijn zal doen. ‘Vooral de meest kwetsbare werknemers zullen dat voelen’, waarschuwt hij.

‘De handel, de grootste werk­gever in dit land, was altijd een sector van banencreatie, maar het tempo is na een jarenlange vertraging gestopt’, waarschuwt Michel. Schuldige is de non-food, waar het aantal jobs krimpt als gevolg van de shift naar e-commerce. De non-food digitaliseerde eerder dan de voedingssector.

‘Eén bestelling op de twee in de niet-voedingssector wordt geplaatst bij buitenlandse bedrijven, en dat is geen plafond’, zegt Michel. De Belgische non-foodsector bleek niet in staat zich voldoende snel aan te passen aan de opmars van de e-commerce, laat staan dat die ontwikkeling als een opportuniteit gezien werd waarop keihard ingezet moest worden. Het duurde ook jaren vooraleer de wet­geving gewijzigd werd om de arbeidsorganisatie te kunnen aanpassen aan de nieuwe markt. ‘De wet-Peeters laat op papier veel toe, maar in de praktijk betonneert ze alles. Ze heeft niets opgelost’, zegt Michel.

In de non-food ging de laatste vijf jaar telkens 0,50 % van de jobs verloren in de kleinhandel en 1,60 % in de groothandel. In de voeding was er nog groei (ruim 6,00 %), maar vorig jaar kon die het verlies van de banen in de non-food niet meer compenseren. Daardoor was er in 2020 voor het eerst een daling van de werkgelegenheid in de handel.

Als gevolg van de pandemie kopen nu ook steeds meer Belgen hun voeding via het internet en de vraag is hoe de sector met die uitdaging zal omgaan. ‘Intussen koopt nu al 12?00 % van de bevolking voedingsproducten online. Zo’n omvang is totaal nieuw en plaatst onze supermarkten voor grote uitdagingen. In Nederland koopt zelfs al 36,00 % van de bevolking voeding online’, zegt Michel.

Drie op de tien allochtoon

De handel is de grootste werkgever in België, wat betekent dat veel werknemers de gevolgen van de verschuivingen elke dag ondervinden. De sector telt 378.949 werknemers. Twee op de drie van hen zijn vrouwen. De handel is ook een sector met veel allochtone medewerkers: drie op de tien medewerkers zijn allochtoon. Tien procent van de werknemers heeft een buitenlandse nationaliteit.

De sector stelt ook relatief veel laaggeschoolden tewerk. Drie op de vier hebben een diploma middelbaar onderwijs of lager. Eén op de vijf heeft zelfs geen diploma middelbaar onderwijs. De handel is ook de sector waar verhoudingsgewijs meer mensen met een handicap of ernstige ziekte werken.

‘Als de digitale verschuiving zich doorzet, zullen we de komende vijf jaar naast 26.000 jobs grijpen’, zegt Michel. Het gaat volgens Comeos zowel om jobs die niet gecreëerd zullen worden als 9.500 bestaande jobs die verloren gaan. De negatieve impact heeft deels met de Belgische starre economie te maken, zegt Comeos. Wie een ­onlinemagazijn voor de online­verkopen wil bouwen, heeft twee tot drie jaar nodig om alle vergunningen rond te krijgen. In Nederland weet je al na een maand of je project vergund dan wel afgewezen wordt. De arbeidsmentaliteit is hier ook stroever dan in Nederland, waar meer een ‘can-do-mentaliteit’ heerst.

Colruyt kreeg bijvoorbeeld pas na twee jaar gedaan dat het de werkuren voor Collect & Go kon aanpassen. In de banksector had KBC, dat vastberaden is om zich niet door de grote technologie­bedrijven uit de markt te laten duwen, zes jaar nodig om een test te kunnen opstarten voor het bemannen van KBC Live op zondag.

Michel vraagt aan minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) dat hij het mogelijk maakt dat bedrijven vlot experimenten kunnen opzetten. Als zo’n experiment positief uitpakt, is het vervolgens de beurt aan het Belgische overlegmodel. ‘Maar niet omgekeerd, dat je jaren verliest vooraleer je iets kan uitproberen’, zegt Michel. ‘Anders kom je hopeloos te laat.’

Maaltijdbox

Het bekende voorbeeld in de sector is de maaltijdbox van Carrefour, een initiatief dat door de vele remmen in de organisatie zich hopeloos voorbijgefietst zag door spelers als HelloFresh. De flitskoeriers zoals Gorilla’s, Deliveroo en Uber Eats, gefinancierd met gul institutioneel kapitaal, vormen de nieuwe uitdaging voor de supermarkten. Wie levert straks de kruidenierswaren aan huis?

Een hele ketting in de economie dreigt het te voelen. ‘Neem de ­Nederlandse website Beef en Steak. Ze verkopen 200.000 kilo vlees per jaar via hun website en mikken sinds enkele maanden op de Vlaamse markt. Die is al goed voor 15,00 % van hun omzet. Het vlees en het gros van de voor­bereiding van de levering is Nederlands’, zegt Michel. Hij verwacht dat het aantal gespecialiseerde voedingswebsites de komende jaren nog zal groeien. De impact op de tewerkstelling kan dan nog groter zijn als werkgevers en werknemers nalaten zich aan te passen. ‘Maar ik wil geen pessimist zijn.’

DENDOOVEN, P. Handel is geen jobmotor meer. De Standaard, 7 september 2021, 18.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2022 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers
mens en samenleving logo