mens en samenleving logo

MNM-presentatrice Kawtar Ehlalouch trekt met zes jongeren naar Marokko: “De ‘andere’ zijn, in het middelbaar vond ik dat de horror”

Door de week wekt Kawtar Ehlalouch (26) de luisteraar tijdens de MNM-ochtendshow. Nu is ze voor het eerst te zien in haar eigen reeks op VRT Max, ‘Challas en de kost’. Met zes jongeren trekt ze naar Marokko, op zoek naar hun roots. “Vroeger vond ik het een compliment als iemand zei dat ik er niet Marokkaans uitzag. Nu vind ik dat een belediging.”

‘Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Wat betekent Marokko voor mij?’ Het zijn belangrijke vragen die de jongeren zich in het programma Challas en de kost stellen. Geen onbekende kwesties voor presentatrice Kawtar Ehlalouch, die zich ook afvroeg hoe haar roots binnen haar leven passen.

“Iedereen is altijd op zoek naar zichzelf. Dat komt per fase in je leven”, zegt ze. “Vroeger vond ik dat veel moeilijker om mijn Marokkaanse kant te omarmen. Ik heb op een heel witte school gezeten. Toen dacht ik voortdurend: ‘Ik wil eruitzien zoals de rest’. Ik liet veel afhangen van hoe mensen mij zagen. Nu vind ik dat ik me daar niet mee bezig moet houden. Ik heb mijn identiteit, daar past ‘Marokkaans zijn’ perfect in. Ik ga mijn roots voor de rest van mijn leven omarmen.”

Wanneer ben je die roots echt gaan aanvaarden?

“Bij mij is de omschakeling gekomen toen ik van het middelbaar af was. Dat had vooral te maken met hoe ik zelf in het leven stond. In het hoger onderwijs begon ik mijn ‘Marokkaans-heid’ als een troef te zien. Het verrijkt mijn leven. Je leert meer over je familiegeschiedenis, waar de dingen die mijn ouders me geleerd hebben vandaan komen. Ik ben Vlaams en Marokkaans, die twee kunnen perfect samenleven.”

Wat zijn zo van die typische Marokkaanse zaken die je leven hebben beïnvloed?

“Bijvoorbeeld het eten. We aten pakweg op maandag stoofvlees met frietjes en op dinsdag couscous. Het grappige is dat ik vroeger weinig zin had in tajine en eerder frietjes, pizza en pasta wou. Nu is dat helemaal anders. Ik hou van Marokkaans eten en wil het zelf zo goed en authentiek mogelijk klaarmaken. ”

“Tijdens de opnames in Marokko werden we ook overal aangesproken. Ook in het kleinste dorpje, waar de mensen straatarm waren. Toch vroegen ze om thee te komen drinken of iets te komen eten. In Vlaanderen zit dat niet zo in ons. Ik heb ook graag dat je me een dag eerder laat weten dat je aan mijn deur gaat staan. (lacht) Maar ik vind het wel tof om mensen thuis te ontvangen, om liefde en blijdschap te delen. Die gastvrijheid heb ik wel meegekregen.”

Waarmee heb je geworsteld?

“Ik vond het moeilijk om altijd de andere te zijn. Als het over de islam ging in de klas, kreeg ik steeds de vraag om uitleg te geven. Daar begon ik van te zweten, ik kreeg klamme handen. Omdat ik dacht: ‘Nu moet ik hier weer praten over iets waar ik misschien zelf niet eens zo veel over weet’. Alsof ik het woord kon voeren voor een hele gemeenschap. Op zulke momenten voelde ik me heel anders. In het middelbaar was dat voor mij de horror. Als ik erop terugkijk, had ik daar het meeste moeite mee. Nu zie ik mij vooral als mezelf. Dat klinkt cliché, maar het is zo.”

Had je dan het gevoel dat je je moest verantwoorden?

“Vaak wel. Toen ik in het vierde of vijfde middelbaar zat, gebeurde er ergens in de wereld een aanslag. Ik wist dat er op school vragen zouden komen. Ik reed binnen op mijn fiets, en inderdaad, het was de eerste vraag die ik kreeg. Van een klasgenoot: ‘En, wat vinden je ouders ervan dat dat gebeurd is?’ Alsof het niet even hard binnenkwam bij ons als bij Jantje van om de hoek.”

Hoe ging je daar als tiener mee om?

“Ik werd het gewoon dat die vragen aan mij gesteld werden. Pas achteraf besef je dat dat eigenlijk niet zo fijn was. Ik had niet echt ondersteuning. Ik heb leerkrachten gehad die rare, foute opmerkingen gaven in de klas. Ik dacht toen: ‘Zo denkt de gewone Vlaming over mij, over wie ik ben en over hoe het er bij ons thuis aan toegaat’. Terwijl ik wel besefte dat die perceptie niet juist is. Maar ik vond het moeilijk om daar tegenin te gaan, omdat ik er zo onzeker over was.”

Kon je daar met je ouders over praten?

“Tijdens die heftige periodes was dat wel een gespreksonderwerp thuis. Iedereen in huis maakte hetzelfde mee op dat moment. Als er iets gebeurt, is je eerste instinct: ‘Shit, morgen ga ik daar weer aan gelinkt worden’. Dat is jammer. Maar het wegduwen van mijn roots of die zo veel mogelijk verstoppen, daar heb ik nooit over durven te praten. Dan voelde het alsof ik hen de schuld gaf van mijn onzekerheden. Terwijl ze er ook niet aan kunnen doen dat ze Marokkaanse roots hebben. En maar goed ook. Want nu ben ik er trots op.”

Heb je je dan op een specifieke manier tegen je roots verzet?

“Vooral uiterlijk. Ik streek mijn krullen plat, zorgde ervoor dat mijn haar geknipt was zoals de meisjes in de klas en dat we dezelfde outfits droegen. Niet dat ik anders in een Marokkaanse jurk aan kwam huppelen, maar het is zoals bij veel tieners: is er een schoen hip, dan hebben ze die allemaal. Die dingen kon ik aanpassen, maar ik zag er nog altijd niet Vlaams uit. (denkt even) Al herinner ik me een meisje dat tegen me zei: ‘Ah ja, maar ik zie dat niet aan u’. Toen vond ik dat een compliment, nu vind ik dat een belediging.”

In de eerste aflevering gaat het even over racisme. Hoe hard heeft dat meegespeeld in de aanvaarding van je roots?

“Ik denk dat dat wel een reden is waarom ik die weggeschoven heb. Omdat ik mensen geen grond wilde geven om me net daar om te haten. Racisme gebeurt niet altijd expliciet. Je kan dat bijna niet uitleggen, dat je aanvoelt dat iemand je niet leuk vindt puur op basis van je afkomst.”

Hoe ben je al met racisme geconfronteerd?

“Ik heb een leerkracht gehad die opriep om verder te studeren. Want hij was naar de bibliotheek in Gent gegaan en daar zaten veel vrouwen met een hoofddoek te studeren. ‘En het kan nu toch niet zijn dat die ons gaan voorbijsteken, zeker?’, klonk het.”

“Ik eet halal. Dan kan je vragen: waarom heb je daarvoor gekozen? Maar iemand vroeg me: (imiteert een neerbuigende toon) ‘Waarom doe je dat? En wat is dat dan? Is dat met puntenverlies als je het toch zou opeten?’ Dat is niet zo fijn, als je op die manier een vraag stelt. Vragen staat zeker vrij, maar doe het respectvol.”

Is dat verminderd nu je via MNM vaak de huiskamer binnenkomt?

“Toen ik in 2021 samen met Gloria Monserez en Stéphan Tanganagba ambassadeur was voor De Warmste Week, kwamen er wel reacties: ‘Ah, en de Vlamingen zijn op?’ Ik heb lang moeten zoeken naar een appartement in Brussel. Iets staat net online, ik mail en meteen krijg ik als antwoord: ‘We doen geen bezoeken meer’. Of je belt, en dan zeggen ze: ‘Zet het op mail’, en je krijgt nooit antwoord. Daarbij voel je dat je aan het lijntje gehouden wordt.”

“Maar de laatste tijd maak ik het minder mee. Zoals je zegt, ik denk dat mensen het gevoel hebben: ‘Ha, jij bent een van de goeie’. Gewoon omdat ze mij dagelijks over gewone dingen horen praten op de radio. Wat bullshit is, alsof alle positieve dingen iets atypisch Marokkaans zijn.”

Wat heeft het meeste impact op jou gehad?

“Een moment zit in mijn geheugen gegrift. Ik was nog jong, ging winkelen met mijn mama, zus en jongere broer. Ineens passeerde een andere mama ons met haar kindje, die zakken vasthad. Die zei luid genoeg, zodat wij het konden horen maar anderen niet: ‘Geef die zakken maar hier, want die mensen pakken dingen mee’. Dat heeft een impact op je zelfvertrouwen.”

“Ik werkte ook lang in een kledingwinkel, waar we soms geld inzamelden. Dan zei een vrouw: ‘Dat is toch niet voor mensen die zo’n doek op hun hoofd hebben?’ Heel hard. Toen ging ik even in de toiletten wenen. Mijn mama en zus dragen een hoofddoek, en ik dacht: ‘Als ons ooit iets overkomt, dan zijn er mensen die ons niet willen helpen door wie we zijn?’ Dat is toch absurd?”

Je hebt het al even over de islam gehad. Mag ik vragen hoe gelovig je zelf bent?

“Tuurlijk. Ik ben thuis heel praktiserend opgevoed, en vind geloof superbelangrijk. Ik bid, doe mee met de ramadan. Ik voel me moslim. Maar ik vind dat iets persoonlijks. Iedereen belijdt zijn geloof op z’n eigen manier. Er zijn vrouwen die het dragen van een hoofddoek nodig vinden om zich moslim te voelen. Ik heb dat op dit moment nog niet.”

Je familie langs vaders kant woont nog in Marokko. Hoe vaak ga je er zelf heen?

“Als kind gingen we om de twee jaar naar Tanger. De hele zomer lang. Ik had daar mijn tweede leven. We overnachtten in het huis van mijn oma. Dat waren de leukste zomers ooit. ’s Morgens opstaan, ontbijten, deur open, spelen op straat, op het einde van de dag terug naar binnen. Dan had ik wat zakgeld waarmee ik naar de snoepwinkel van Ahmed ging. Die herkent me nog altijd, en gaf me als bijnaam Kwitra. Ik kon bij iedereen aankloppen, ’s middags en ’s avonds eten of theedrinken. Of babbelen. Nadien is dat wat verwaterd.”

Hoe kwam dat?

“Ik werd een tiener. Je doet dan studentenjobs in de vakantie, en mijn ouders gingen ook minder. Twee jaar geleden ben ik voor het eerst in zeven jaar teruggegaan. Toen merkte ik dat ik het heb gemist. België is honderd procent mijn thuis. Toch zit er een stukje van mezelf in Marokko. Ik hoef er niet maandelijks te zijn. Maar heel af en toe, even terug dat deel van mezelf opladen. Dat vind ik belangrijk. Voor Challas ben ik er vorig jaar geweest, de zomer daarvoor was ik er eveneens. Ik ben van plan om jaarlijks of tweejaarlijks terug te gaan.”

In de reeks gaan jullie naar Marrakech, maar ook naar de bergen, waar meer armoede is. Een van de jongeren zei: ‘Ik ben blij dat ik in Europa geboren ben’. Is dat herkenbaar?

“Ik ben dankbaar dat ik hier ben opgegroeid, alle kansen heb gekregen en die heb gegrepen. Wij denken soms na over hoe ons leven er anders had kunnen uitzien. Mijn opa aan mama’s kant is naar hier gekomen als gastarbeider. Die heeft iets opgeofferd om ons en zijn gezin een beter leven te geven. Zij woonden diep in de bergen, hebben een ongelofelijke route afgelegd. Mijn oma is van de bergen te voet naar de kust van Spanje gewandeld, om zo naar België te komen. Mijn mama is hier geboren, mijn papa in Marokko.”

Tot slot, wat hoop je dat de mensen oppikken van het programma?

“Mensen gooien groepen vaak in één grote pot. Maar ook al delen we dezelfde roots, iedereen heeft een andere context waarin die opgegroeid is. Ik hoop dat dit een kans geeft om los te komen van het stereotiepe beeld. Ik hoop dat veel mensen met Marokkaanse roots blij zijn dat dit er is. Iemand zei me al: ‘We komen eindelijk eens op tv’. Dat is de vibe waar ik voor ga.”

DE POORTER, E. MNM-presentatrice Kawtar Ehlalouch trekt met zes jongeren naar Marokko: “De ‘andere’ zijn, in het middelbaar vond ik dat de horror”. Het Nieuwsblad, 3 februari 2024.
E-mail Print kopieer
Copyright © 2026 Pelckmans maakt een deel uit van Pelckmans uitgevers